zaterdag 30 juni 2012

Eurythmics - Ultimate Collection


In 1980 beslisten Annie Lennox en Dave Stewart, na het uiteenvallen van The Tourists, hun muzikale ideeën vorm te geven in een nieuwe groep. Met een manifest ter hand richtten ze Eurythmics op. 'In The Garden', hun eerste lp, maakte brokken noch goud. Lennox werd er zowaar depressief van. Stewart ging verder op zoek naar populaire uitingen voor wat ze in het manifest (EURopean and RHYTHMIC) hadden vastgelegd. De legende wil dat ruim een jaar later 'Sweet Dreams' over de telefoon werd geschreven. De rest is muziekgeschiedenis.
We zijn ondertussen 25 jaar verder. Lennox loopt nog steeds depressief rond en Stewart vindt alsmaar meer manieren om z'ncraziness de vrije loop te laten. Om die kwarteeuw te vieren wordt 'Ultimate Collection' op de wereld losgelaten. Een ietwat trieste naam voor een verzameling hits die stuk voor stuk in het collectieve geheugen van een groep dertigers en veertigers is blijven hangen.
De cd opent echter met een spiksplinternieuw nummer. 'I've Got A Life', een duistere song waarop Lennox haar ding doet zoals we dat van haar gewend zijn: een warm, triest stemgeluid dat over koele electronica zweeft. Na een goeie minuut komt een beat opzetten. Is dit disco? Even later krijgen we wat we van Lennox mogen verwachten. In haar eentje zet ze een heel achtergrondkoor neer en wordt het soul. Is dit gospel? Lennox en Stewart zouden Eurythmics niet zijn als ze ook van deze song geen grote smeltkroes maakten. Als feestnummer voor 25 jaar Eurythmics kan dit nieuw nummer tellen, als single zal het hoogstwaarschijnlijk geen hoge ogen gooien.
Daarna volgen alle succesnummers in geremasterde versie. Van 'Love Is A Stranger' over 'Here Comes The Rain Again', langs 'There Must Be An Angel' en 'The Miracle Of Love', tot 'I Saved The World Today' en '17 Again'. Dit laatste nummer, van Peace' geplukt, werd niet echt een hit, maar vertelt het Eurythmics-verhaal zo treffend, dat het op deze tweede officiële verzamelaar inderdaad niet mocht en kon ontbreken.
De collectie eindigt met een ander nieuw nummer. 'Was It Just Another Love Affair?' is leuk en best een soulvol nummer, maar ook hier krijgen we niets van 'Sweet Dreams'-niveau geserveerd.
Deze cd mag dan wel een jubileumuitgave zijn, de vraag blijft waarom precies. De nieuwe nummers zijn goed maar dienen uiteindelijk alleen maar om de die-hard fans nog maar eens in de portemonnee te laten grabbelen. Om nog maar te zwijgen over de aankomende box (simpelweg 'BOX' genoemd) met alle (geremasterde) cd's, aangevuld met b-kantjes en onuitgegeven materiaal. Later dit jaar verschijnen er dan nog enkele dvd's van het duo. Het worden dure maanden voor de Eurythmicsfan.
Een stuk erger is dat er op deze verzamelaar niets is terug te vinden van hun 'We Too Are One'-cd? En waar is 'Sexcrime' gebleven? Ten huize Lennox en Stewart mag er naar aanleiding van het jubileum en deze release misschien een bescheiden feestje worden gebouwd, maar dan hadden ze ons best een aangenamer verrassing kunnen bezorgen. Niettemin levert een verzameling van hun hits een geweldige cd op en blijven de songs wel degelijk overeind, dus wie zijn wij om ons daarover druk te maken? (07/11/2005)

Live - Madeleine Peyroux


De Roma, Borgerhout
14 oktober 2005

Tien jaar terug was er geen krant of tijdschrift die géén wervelende carrière voorspelde voor de toen 22-jarige Madeleine Peyroux. Jong, mooi en vooral blank, klonk ze toch als een oude zwarte blueszangeres die duidelijk de mosterd bij Billie Holliday en Bessie Smith had gehaald. Peyroux leek vriend en vijand van het genre te verbazen door haar rauwe, doorrookte en door drank gebroken stemgeluid. Ze bleek inderdaad een blitzcarriere aan te vatten door het 'soundmixen' van Billie tijdens een filmvoorstelling. En in 1996 bracht ze het wondermooie 'Dreamland' uit. Een verzameling blues- en jazzcovers die zowel hedendaags als uit-de-goeie-(maar dan de écht goeie)-doos klonk. Haar plaats aan het uitspansel der groten was verzekerd.
Maar zo snel als de ster Peyroux rees, zo snel leek ze verdwenen. Druk en stemproblemen zorgden voor een decennium stilte.
We schrijven 2005. 'Careless Love' wordt op de markt gezwierd. 'Got You On My Mind', een samenwerking met mondharmonicaspeler William Galison, verschijnt eveneens. And it's history repeating. Elk magazine prijst Madeleine de hemel in. Ze doet tweemaal ons land aan. Eén keer voor een zeer beperkt VRT-publiek, één keer tijdens 'Klinkers'. Ze verschijnt op nationale tv om het eindnummer in één van de Laatse Shows te verzorgen. Ze is terug.
Op 14 oktober 2005 concerteerde ze in een uitverkochte Roma in Borgerhout. Deze oude, halfgerestaureerde bioscoopzaal biedt een ideaal decor voor de rokerige nachtclubmuziek van Peyroux. En toch…
Met enige vertraging verschijnt de begeleidingsband op het podium. Stuk voor stuk gerenommeerde sessiemuzikanten. Peyroux gaat alleszins al niet in slecht gezelschao op stap. En dan verschijnt zij. Een ietwat frêle jonge vrouw. De band heeft 'Dance Me To The end of love' van Cohen en van Peyroux's laatste ingezet. De toon is gezet. Maar dan valt Peyroux in alsof ze vier maten te laat is. Even schrikken. Haar stem is dik in orde, maar de mix van instrumenten en vocalen zit niet compleet correct. Ze werkt zich zonder veel moeite (en dat is positief bedoeld) doorheen enkele nummers van 'Careless Love' en brengt nagenoeg drievierde van 'Dreamland'. Elk nummer krijgt eenzelfde behandeling: eerst passeert het gezongen deel de revue, daarna krijgt een muzikant z'n obligate solo cadeau, waarna nog één keer het refrein passeert. Slecht? Neen, helemaal niet, maar soms een beetje inspiratieloos. Dat de zaal te groot was om de muziek helemaal tot haar recht te laten komen, zal meegespeeld hebben. En toen Peyroux een grap maakte waar nagenoeg niemand mee lachte, jah, was dat ook niet de ideale toonzetter. De pauze was helaas ook al zo'n sfeerbreker.
Maar er vielen razendknappe momenten te rapen. Een prachtige versie van het sowieso fantastische 'Between the Bars' van Elliott Smith bijvoorbeeld. Peyroux die zich van bar tot bar sleept en de loomheid van de tekst perfect vocaal benadert. 'You're Gonna Make Me Lonesome When You Go', aangekondigd als "We'll do the Dylan song now", is op cd al een tour de force, live geraakt ze er evengoed mee weg. Het hoogtepunt was misschien wel 'J'ai deux amours', bekend van Josephine Baker, en het enige nummer dat na de eerste strofe al applaus kreeg. Zacht gezongen en vol melancholie. Peyroux heeft het vast en zeker, al was dat niet altijd even duidelijk in het complete concert.
Madeleine Peyroux blijft voor mij een geweldige zangeres en vertolker, maar geef mij op dit moment maar de cd's in plaats van de liveversie. Of 't zou live moeten zijn in bijvoorbeeld de AB-club. Of beter nog: de Hotsy Totsy in Gent. Da's een concertplaats waar ze zich haast thuis zou moeten voelen. Intiem, klein, rokerig, donker en goed voorzien van drank. Want zo klinkt ze ook. (22/10/2005)

Fiona Apple - Extraordinary Machine


Meisjes en hun paard… er gaat iets van uit, naar het schijnt. Misschien geldt hetzelfde voor meisjes en hun piano. Of het nu gaat over de enigmatische Nina Simone, of de vreemde choreografie die Tori Amos achter het muziekmeubel wel eens tentoonspreidt. Of Norah Jones, die razend populair werd terwijl ze met moeite van achter haar vleugel vandaan komt. En zelfs in popmiddens blijkt de piano weer het instrument bij uitstek om credibility uit te stralen, wat waarschijnlijk de reden is waarom Vanessa Carlton een videoclip lang rondgevoerd werd terwijl ze het klavier duchtig deed daveren. De laatste jaren zijn heel wat meisjes en hun piano even hip geworden als Britney met haar borsten, om het eens plat uit te drukken.
Wie daar zeker een graantje wist van mee te pikken was de 19-jarige Fiona Apple, toen ze in 1996 'Tidal' uitbracht. Veel pianowerk en een donkere stem die dagboekverzen omtoverde tot prachtig gezongen poëzie. Apple was hot. Zo hot dat ze door de major-bobo's op handen gedragen werd. Zo hot dat er een tijdlang overal gegist werd over met wie ze het nu deed en in godsnaam waarom. Het kon de muze en de muziek alleszins niet deren, want drie jaar later leverde ze een meesterwerk af. 'When The Pawn…', een titel die eigenlijk een gedicht was en in totaal 79 woorden telde. En misschien moest dat een voorbode zijn. Niettegenstaande 'When The Pawn' een succes werd, werd de plaat door het grote publiek uiteindelijk te arty farty bevonden. Fionáa was goed en zéér goed bezig, maar enkel en alleen voor de reeds gewonnen volgelingen. Nieuwe adepten zou ze er niet mee winnen.
Ze bleef niet bij de pakken zitten en werkte verder aan haar derde cd. Begin 2003 werd 'Extraordinary Machine' afgewerkt en netjes afgeleverd bij de platenmaatschappij. En die was niet in haar nopjes. Apple was opnieuw met Jon Brion, de producer van 'When The Pawn…', in zee gegaan en blijkbaar was het een kruisbestuiving van jewelste geweest. Het album klonk alsof het enkel en alleen gemaakt was voor de twee mensen die het gemaakt hádden en verdween in de wachtkamer. Fans aller landen verzamelden zich en richtten 'FreeFiona.com' op. Een website die als stakingspiket haar werk moest doen. En het werkte. De platenmaatschappij haalde Mike Elizando er bij, bekend van zijn hiphopwerk, vooral met Dr. Dré en Eminem. Hij werd in staat geacht een frisse wind doorheen 'Extraordinary Machine' te laten waaien. En het werkte… min of meer.
Om te beginnen heeft Elizando niet zoveel gewijzigd aan wat we reeds van Apple kenden. Als hij al een verdienste heeft, dan is dat hij alles uitgepuurd heeft tot iets wat Apples stem op de voorgrond houdt. En verder heeft hij alles ontdaan van wat overbodig is. Dat laatste zal zelfs de hardcore Apple-fan een luxe vinden. De cd opent met het titelnummer, net zoals het laatste nummer een overgebleven Brion-productie. En wat hij precies verkeerd deed, is hier niet duidelijk. Apple praat/zingt haar verhaal en dankzij het arrangement klinkt het nummer alsof het ergens uit een musical gehaald is. Iets wat haar wel staat.
Maar vanaf het tweede nummer slaat de sfeer om. Opnieuw de grimmigheid en duisternis die zo vaak vrij spel kreeg op 'When The Pawn'. 'Get Him Back' krijgt de "You treated me mean and I'm gonna get ya!'-behandeling. Apple zingt alsof ze op de punt staat een moord te begaan en niemand bij zijn volle verstand zou het wagen met haar verder te gaan dan het vriendelijke praatje. Amusant is dat ze in de laatste minuut volledig de toon omgooit en afsluit met een zeemzoet refrein. Enge vrouw, die Fiona.
'O'Sailor' werd vorig jaar al uitgebracht via het internet en opnieuw hier geen verrassing of muzikale ommezwaai. Wel een goed nummer en één dat er over 20 jaar misschien nog zal staan dankzij de typische Apple-melodie. En het vingergepluk aan de viool tijdens het refrein is de nagel op de kop.
Tijdens 'Better Version Of Me' weet de Apple-fan dat deze cd inderdaad niets nieuws zal brengen. Voor zover lijkt 'Extraordinary Machine' 'When The Pawn - the sequel' wel. Maar daar is deze keer niets mis mee, integendeel. Apple sneert nog even hard, bespeelt de piano alsof het een xylofoon is en melodie en experiment gaan hand in hand. Tekstueel is ze eveneens geen haar veranderd. Net zoals Alanis Morisette lijdt Apple een beetje aan het 'hoe-meer-lettergrepen-een-woord-telt-hoe-intelligenter-het-waarschijnlijk-wel-klinkt'-syndroom, maar in tegenstelling tot Morisette klinkt het nergens geforceerd.
Hoogtepunt? Waarschijnlijk 'Window'. Een nummer dat drijft op percussie en Apple die opbiecht dat ze het venster maar heeft gebroken in plaats van "him or her or me". Wie de dualdisc versie koopt krijgt er de prachtige video voor 'Not About Love' er bovenop Plus een mini-concert waarbij Apple niet zoals de rest achter haar piano gaat zitten, maar zich compleet op de zang gooit. En waarbij Apple, die vaak als een nors mens overkomt, overduidelijk zeer menselijk is. En grappig!
Deze derde van Fiona Apple is, niettegenstaande er geen bruuske ommezwaai te noteren valt, wel de moeite waard omdat het een logisch vervolg is. Mensen die deze pittige songschrijster nog niet kennen, kunnen deze keer wél de stap zonder risico wagen. Want steengoede songs telt 'Extraordinary Machine' meer dan voldoende. (27/10/2005)

Devendra Banhart - Cripple Crow


'Cripple Crow' is de vierde cd van deze 24-jarige bard (een al te vaak gebruikte omschrijving voor een folkie singer-songwriter die zich sociaal en politiek weet te engageren, vooral dan van het soort met lange baarden en gebatikte kleren). Banhart is echter veel meer dan dat. Banhart is een vleesgeworden smeltkroes. Van stijlen, van invloeden, van emoties. Hij heeft op zijn drie voorgaande albums nooit zijn invloeden onder stoelen of banken gestoken en gaat deze keer nog net een stap verder.
De hoes laat bijna niets meer aan de verbeelding over en roept levendige herinneringen op aan 'Sgt. Peppers' en zowat elke psychedelische-crossover folkplaat uit de jaren zeventig. Een songtitel als 'The Beatles' draagt eveneens niet bij tot een geheel onbevooroordeelde beluistering. Maar al snel blijkt dat hier geen zoveelste XTC (tenslotte de beste Beatles Xerox) aan het stencilen is geslagen. Hier is een bloemist aan een ruiker begonnen met enkele zeer mooie, exotische bloemen. De referenties blijven echter talrijk. Banharts fascinatie voor Nick Drake was al te horen op eerder werk, maar tijdens openingsnummer 'Now That I Know' gaat hij wel heel ver. Als een volleerde stemmenimitator neuzelt Banhart zich een weg doorheen het nummer en mocht je niet beter weten, je zou denken dat er ergens op een stoffige zolder een verloren Drake nummer opgedoken was.
En over smeltkroezen gesproken… 'Santa Maria Da Feira' vliegt je meteen de oceaan over en dropt je in Zuid-Amerikaanse ritmes en sferen. En wanneer je goed en wel ondergedompeld bent, word je tijdens 'Heard Somebody Say' alweer meegevoerd naar Angelsaksisch grondgebied (denk aan een aardsere Perry Blake). 'Long Haired Child' laat de jonge muziekfreaks onder ons genieten van iets wat mogelijk Woodstock in vervoering zou gebracht hebben. Niet zo vreemd, want 'Cripple Crow' werd namelijk in die heilige rockplaats opgenomen. Zou zoveel jaar na datum die geest daar nog steeds ronddwalen?
22 nummers lang leidt Banhart je langs plaatsen en tijden waar de doorsnee singer-songwriter alleen maar van kan dromen. Zowel tijdens intieme nummers als de meer opgewekte songs. 'I Feel Just Like a Child' (bekijk de bijhorende video op http://www.xlrecordings.com/devendrabanhart onder de 'catch up'-sectie) is pure en beatloze feestmuziek. 'Chinese Children' is zelfs met zijn repetitieve teksten grappiger dan wat er op de meeste tv-zenders te zien is. 'Some People Ride the Wave' is muziek die Randy Newman en Rufus Wainwright zouden vervaardigen terwijl ze samen stille films bekijken (schotel mij die omschrijving voor en ik weet bij god niet wat ik me er moet bij voorstellen, maar zo klinkt het echt! Echt!).
Op deze cd ook heel veel verwijzingen naar dieren en kinderen. Alsof Banhart een kinder-cd voor volwassenen gemaakt heeft, maar dan wel een steengoede. Hij heeft dan ook eigenlijk niets meer te bewijzen, z'n sporen heeft hij al lang verdiend. En toch blijft hij bij elke plaat het experiment opzoeken en, vooral, verbazen. Deze nieuwe blinkt uit in meer melodie en diversiteit. Wie Devendra Banhart nog moet leren kennen, kan dan ook best hier beginnen.
De kans dat je tegen de man (z'n naam dan) aanloopt, is groot, want naast zijn eigen projecten figureert hij ook op andermans cd's. Geen namedropping hier, je vindt ze vanzelf wel als je even alert bent. De enige valse noot is (alweer) het artwork. Zo mooi gemaakt en verzorgd Banharts hoezen zijn, zo onontcijferbaar zijn ze ook. Wie van de credits iets wil opsteken, moet noodgedwongen elders op zoek. Maar wat verwacht je anders van een man die drijft op zijn enigmatische persoonlijkheid? Een uiterst kleine smet op een anders vlekkeloos blazoen, want 'Cripple Crow' zal eind 2005, begin 2006 vast en zeker in menig eindejaarslijstje te vinden zijn. (19/10/2005)

maandag 29 september 2008

Joan Baez - Day After Tomorrow


2008 is het jaar waarin Joan Baez een halve eeuw op het podium staat, en toch is men er in dit landje van would be R’n’B en rap-artiesten geslaagd haar schromelijk over het hoofd te zien. Niet alleen is haar wereldtoernee vakkundig rond ons land gezeild, nergens las ik iets over haar nieuwe cd, noch aankondigend, noch besprekend. Tijd om de puntjes op de i te zetten...
Na jaren het collectieve geheugen gesierd te hebben als de schrielklinkende vertolkster van Amazing Grace en de once-bed-sit-stain van Bob Dylan, laat Baez het in de jaren 80 ietwat afweten. De muziekwereld en dan vooral de journalisten zitten iets te veel uit hun nek te lullen over haar verleden met Dylan (beluister ‘Time Rag’ op Blowin’ Away uit 1977), en, all’s fair in love and war, haar muziekcarrière zit gewoon in het slop.
In 1992 keert ze terug naar Nashville en neemt er het duizelingwekkende ‘Play Me Backwards’ op. Baez’s stem is duidelijk verouderd; zwaarder, rokerig, schurender. Producers van dienst zijn de Nashville-verteranen Kenny Greenberg en Wally Wilson. Ze werkt nog eens met hen samen voor haar 1997 release ‘Gone From Danger’. Deze twee albums definieren Baez in de nazomer van haar carrière: ze is een uitstekende vertolker van andermans lied. De nieuwe generatie jonge songwriters worden de inspiratie voor de folkdiva’s nieuwe repertorium.
En er dient wat gezegd te worden voor diva’s en legendes. Een goeie producer blijkt vaak de sleutel en injectie tot een hernieuwde loopbaan. Emmylou Harris die met Daniel Lanois in zee ging, Loretta Lynn en Jack White, Mavis Staples en Ry Cooder, Bettye Lavette en Joe Henry, talent vindt talent brengt het beste in de ander naar boven. Zo ook bij de nieuwe Joan Baez.
Producer van dienst is Steve Earle, outlaw, (ex-)drugsverslaafde, good-causes-guy, maar bovenal een singer-songwriter. Baez die zelf om de haverklap op de barricade springt voor al wat ook maar enigszins naar onrecht ruikt, heeft haar bewondering voor Earle nooit onder stoelen of banken gestoken. Ze nam op ‘Dark Chords On A Big Guitar’ al zijn ‘Christmas in Washington’ op, en op ‘Bowery Songs’ zijn 'Jerusalem'. Nu treedt hij haar bij als producer.
Drie nummers op ‘Day After Tomorrow’ zijn dan ook van Earle’s hand, de rest leende ze bij Elvis Costello, Tom Waits, Diana Jones, Thea Gilmore, Patty Griffin en Eliza Gilkyson.
Opener ‘God Is God’ is vintage Joan Baez. Gitaar, folky tune en Baez die metafysica hanteert om rustig weg de zin van een bestaan te declameren. Het zet de toon voor de rest perfect.
Het bekendste nummer, en ook de eerste single, is waarschijnlijk ‘Scarlet Tide’, het Costello/Burnett nummer dat Alison Krauss een oscarnominatie voor beste originele song opleverde (Annie Lennox won dat jaar met haar Lord Of The Rings-opus). Baez brengt het hier als een hymne in tegenstelling tot het ballade-origineel. Wait’s ‘Day After Tomorrow’ is berustende eenzaamheid verpakt in ruim vijf minuten gezongen hoop.
Earle’s ‘I Am A Wanderer’halfweg de cd lijkt de enige vrolijke noot, ook al is de tekst niet bepaald party-material. ‘Reqiuem’ van Gilkyson straalt de verlossingvragende subtekst van een laatste moment uit, niet in het minst door de doorleefde vraagzang van Baez zelf.
‘The Lower Road’, geschreven door de jongste songleverancier op deze cd, Thea Gilmore, is een nummer op Baez’s lijf geschreven. Een opsomming van onrecht en misérie, maar overeind blijven staan, en vooral doorgaan. Baez zingt het met een gevoel dat doet vermoeden dat ze haar turbulente verleden in het achterhoofd had.
Nergens gaat Baez hier ook maar enigszins uit de bocht, al steken drie nummers er met hoofd en schouders bovenuit.
‘Rose Of Sharon’, opnieuw Gilkyson, zweeft op een melodie die kommer en kwel probeert te vermommen terwijl Baez er over gaat met snik en (wan)hoop in haar stem.
‘Henry Russell’s Last Words’, door Diana Jones (onlangs nog in de Handelsbeurs in het voorprogramma van Mary Gauthier) geschreven, vertelt het waargebeurde verhaal van Henry Rusell en zijn afscheid per brief aan z’n vrouw. Hij was een mijnwerker die na een explosie niet tijdig kon bevrijd worden. Hij heeft toen een afscheidsbrief aan z’n vrouw geschreven. De brief werd gevonden naast het lijk van Russell, en werd dan ook de basis voor de tekst van dit nummer. Daarnaast zingt Baez opnieuw alsof ze alles gade sloeg terwijl het daadwerkelijk plaats vond, krop in de keel, maar met een vastberadenheid die alleen terug te vinden is bij sterke karakters.
En zoals de cd opent, zo eindigt hij ook met een Earle compositie. ‘Jericho Road’ wordt hier acapella gebracht, en lijkt zo de weg van een zoveelste anthem op te gaan. ‘We Shall Not Be Moved’, ‘No Nos Moveran’, ‘Amazing Grace’, ..., ze hebben er een nieuw lid bij.
Dus... dat puntje op de i? Steve Earle heeft z’n job als producer goed begrepen, heeft in Baez het beste bovengehaald wat ze nu te bieden heeft, heeft haar twee songs kado, want speciaal voor deze cd geschreven, gedaan, en laat de cd afklokken op net geen 37 minuten. Het geheel is een afgerond geheel, een compleet boek dat geen coda verwacht omdat het alle uitleg al in zich heeft.
Joan Baez heeft zichzelf op haar 67ste nogmaals overtroffen en we kunnen alleen hopen dat ze nog minstens dertig jaar zo doorgaat (de cd is opgedragen aan haar moeder die er nu 96 is...).
Haar eigen webspace

zondag 28 september 2008

Dar Williams - Promised Land


In 1995 bracht folkdiva Joan Baez de duettencd ‘Ring Them Bells’ uit. Tal van bekende en minder bekende vrouwelijke collega’s schoven bij aan de live-tafel om met de Woodstock-legende op één podium te staan. Onder hen de hier totaal onbekende Dar Williams. Ze trad aan met haar zelfgeschreven ode aan Baez, ‘You’re Aging Well’. Het is een intiem en mooi moment op die cd. Dankzij dat moment kreeg Williams ook langs deze kant van de Atlantische Oceaan gelukkig een klein beetje airplay en aandacht. En tussen haar ondertussen 5 studiocd’s, een live-cd en een samenwerking met Lucy Kaplansky en Richard Shindell (het covergroepje Cry Cry Cry) zitten parels waarmee Williams haar plaats binnen de cross-over folkscene heeft verzekerd....
Met vorige paragraaf startte ik drie jaar terug de review van 'My Better Self' op Digg. Nu, drie jaar verder is de opvolger Promised Land op de wereld losgelaten. En het is makkelijk wegdromen bij nieuw werk van de Amerikaanse, makkelijk om superlatieven te gebruiken, maar deze cd is beter dan de vorige, zowel als geheel, als in composities.
Opener It's Alright laat er geen twijfel over bestaan, Williams is in goede doen, pompt het nummer vol ritme en zingt met haar eigen geworden frêle ingetogen woede. Ook hier opnieuw, zoals zo vaak in haar carrière, laat ze een ogenschijnlijk simpele lyric het geheel dragen. Ogenschijnlijk simpel, want Dar Williams is een meester in symantische spielerei...
Nog een aantal keer haalt ze de Americanarock naar boven, steevast pompende nummers die door de tekstuele inhoud toch beklijven, zoals in het pijnlijk mooie Troubled Times; (Maybe one day soon/It will all come out/How you dream about eachother sometimes/With the memory of/How you once gave up/But you made it trough the troubled times). Een duet met Suzanne Vega (Go To The Woods) maakt het verloederende milieu-anthem behoorlijk dynamisch, de twee stemmen passen trouwens perfect op en bij elkaar. Hoogtepunt in de rockende afdeling is Buzzer, stomende zanglijn, oneindig veel tekst, en een razende Dar die haar woede in een vrolijk nummer steekt.
Dar Williams is echter een kei in breekbare luistermuziek, waarin ze de kleine onvolmaakte menselijkheden uitvergroot en die in hun waarde laat. Holly Tree en The Tide Falls Away halen de sfeer van February, I Had No Right & The Mortal City opnieuw naar boven en beklijven meteen.
Ze overtreft zich echter op Book Of Love, waarin ze angstig met breekbare stem een jazzy instrumentatie probeert te volgen; Love becomes a temple and we began to fear/that an unfeeling oracle will say, "You did come near,/But you're not welcome here.". Hetzelfde effect verkrijgt ze in het stilmakende You Are Everyone.
Meestal is er op een Williams cd een of andere cover te vinden. Deze keer gaat ze voor het door haar leraar (Stephen Trask) geschreven Midnight Radio uit de rock musical Hedwig and The Angry Inch. Haar onderkoelde versie kan minstens rechtstaan naast het origineel, zoniet het overtreffen als het over op zichzelf overlevende nummers gaat.
Dar Williams heeft met 'Promised Land' een parel afgeleverd die me onwillekeurig aan 'A Few Small Repairs' van Shawn Colvin deed denken. Niet zozeer de stijl of muziek, maar als Williams nu eindelijk eens de aandacht kreeg die ze verdient, dan zou dit hier wel eens haar doorbraakcd kunnen worden.